Historische Kring Zuidhorn

Tussen klei en veen

De bijna verdwenen sporen van een lang vergeten dijkdoorbraak

Tussen Grijpskerk en Zuidhorn staat ter hoogte van de afslag naar Balmahuizen een wit geverfd huis genaamd ‘De Kolk’. Een naam die intrigeert want, waar ligt die kolk dan? Ooit dacht ik dat daarmee de vijver werd bedoeld die lange tijd links achter dit witte huis te zien was. Dat moest dus naar mijn weten het overblijfsel zijn van het roemruchte Ypegat. Maar toen ik enkele jaren geleden de zaak wat zorgvuldiger onderzocht ontdekte ik dat ik er al die tijd naast had gezeten! 
De bewoner van Huize de Kolk hielp mij snel uit de droom: het restant van dit waarschijnlijk 16e eeuwse gat ligt rechts van hun huis, direct aan het fietspad naar Grijpskerk. En inderdaad, daar is een klein moeras. Dit vochtige stukje grond dat in natte tijden vaak onder water staat is alles wat er overbleef van het grote kolkgat dat hier ooit ontstond bij een doorbraak van de huidige Friesestraatweg die toen vooral een zeedijk was.

De doorbraak en volgende overstroming moeten omstreeks 1548 plaatsgevonden hebben (‘Geschiedenis van Zuidhorn’). Een jaartal dat ik tot nu toe niet in verband kon  brengen met de beschreven dijkdoorbraken en overstromingen in de provincie. En ook Luut van ’t Sielje die in zijn boek ‘Wad zunder dieken’ van deze gebeurtenis melding maakt laat in het midden wanneer deze ramp precies gebeurde. Hij schrijft: “Ien e zestiende eeuw sloeg een störmvloed opnij een gat ien e diek tegenover de Balmoahuusterweg en ontston ‘ t Ypegat. Nou numen ze het ‘De Kolk’ ”. De oorspronkelijke bron van dit jaartal 1548 blijft voorlopig dus onbekend.

Afbeeldingen
De meest nauwkeurige afbeelding van het Ypegat vinden we op het minuutplan waarvoor de verkenning rond 1820 plaatsvond. Deze kaart toont een open plas van betrekkelijk grote afmetingen. Een beeld dat bevestigd wordt door de enig bekende foto die in 1931 gemaakt werd.

Kaartfragment uit het minuutplan. Dat de straatweg niet verder getekend werd in de richting van Noordhorn heeft te maken met het feit het kaartblad hier eindigt. Op de inzet linksboven een foto van het huis ‘de Kolk’


Detail uit de kaart behorend bij de legger van wegen van de gemeente Zuidhorn uit 1931. Ingetekend staan het voetpad naar Enumatil en het voetpad naar den Horn dat via de boerderij ‘de Hoogte’ liep en bij de spoorwegovergang uitkwam op de Hoogeweg. Bij nr. 21 lag een plank over de Zuidertocht. Voetgangers die naar Enumatil wilden gingen even eerder al rechtsaf en liepen dan langs de molen ‘Het Goede Voornemen’ en de noordkant van de Zuidertocht naar de Trekweg langs het Hoendiep.

Oorsprong en betekenis van de naam
Mijn naspeuringen, onder meer in ‘De waterstaatsgeschiedenis van Groningen’ en op internet leverden een aantal aanknopingspunten op. Zo blijkt dit toponiem Ypegat minder exclusief want in de annalen wordt melding gemaakt van een in 1741 nieuw gegraven doorsteek vanaf Kommerzijl door het Ruigezand naar het Reitdiep. De monding van de Kommerzijlsterrijt wordt ook Ypegat genoemd. Zie bijgaand tekstfragment uit de “Kronyk van Groningen ende Ommelanden’. De zoektocht naar de oorsprong van de naam levert dus wel wat op maar geeft geen verklaring van de naam. Aanvankelijk hield ik het daarom maar op de meest voor de hand liggende verklaring: ooit woonde er iemand naast het gat die Ype Dirks, Jans of Pyters heette en sinds die tijd noemde men deze poel Ypes gat. Ja toch? En vele jaren later werd dat kortweg Ypegat.

Of . . zit ik er toch naast en komt Ype van ‘iepen’, het friese woord voor ‘open’.  Tenslotte lag ooit op deze plaats waar het Stillediep in de Oude Riet uitmondde de Midwoldersluis die ‘it iepen gat’ genoemd werd ?  
De sluis was waarschijnlijk een eenvoudige afsluitbare houten duiker. Deze zwakke plek in de dijk moet het bij storm en hoog water in 1548 begeven hebben, met de bekende gevolgen. Niet lang na de ramp werd de (zee)dijk over Balmahuizen aangelegd en werd de bedding van de Oude Riet verder ingepolderd.

Ik heb de peterolielamp maar in de  Kolk gegooid’
De omvang van het gat werd in de loop van de eeuwen minder. Er werd afval ingekieperd en de kolk verlandde. Toch was het Ypegat rond 1945 in de beleving van de Noordhorner jeugd, waaronder mijn informant Jan Tempel, nog steeds een flinke en diepe plas waarin grote snoeken zwommen. En ook de oudere foto uit 1931 laat een aardige hoeveelheid water zien. Maar in de jaren van de wederopbouw ging het mis. Niet alleen de weduwe Zuiderveld, wier woning op het elektrisch werd aangesloten, mikte haar afval in de kolk, ook diverse (aannemers-) bedrijven uit de omgeving lieten hun afval in het Ypegat verdwijnen. 
En de firma Smid&Hollander uit Hoogkerk dumpte hier bij Balmahuizen een tijd lang bedrijfsafval nadat het Boterdiep in Groningen gedempt was. Tot die tijd had men het daar kwijt gekund. Jan Hollander herinnert zich nog aan de keer dat hij samen met zijn vader naar het Ypegat was gereden omdat de kiepauto op bijgaande foto van de rijplaten was gegleden en recht omhoog in de poel stond. De cabine kwam nog net boven het water uit. Zo diep was het water dus !

Gloort er nog hoop op herstel van de Noordhorner kolk?
Vanaf april 1941 toen Mr. J.E. de Ranitz in zijn functie van bestuurslid van ‘Het Groninger Landschap’ de gemeente voor het eerst attendeerde op de dreigende demping van het Ypegat werden er regelmatig pogingen ondernomen om dit waardevolle landschapselement te behouden. En het is navrant om te lezen hoe het al die jaren maar niet lukte om ‘de kolk’ aan te (laten) kopen voor een vraagprijs die in 1946 honderd gulden bedroeg.  
In de jaren die volgden liet eigenaar Hendrik Bakker uit Pieterzijl de poel dus volstorten. En waarschijnlijk tegen betaling.
Op 7 oktober 1955 viel het doek definitief. Toen besloot het gemeentebestuur van Zuidhorn dat men de op dat moment benodigde fl. 4.532,– voor aankoop en herstel niet beschikbaar zou stellen.
Het fenomeen bodemverontreiniging speelde destijds nauwelijks en het zou nog vele jaren duren voor de drama’s in Lekkerkerk en de Volgermeerpolder een verandering in het denken teweegbrachten. Maar wie weet komen provincie en waterschap vandaag of morgen alsnog tot inkeer en zien we onderzoekers en hun apparatuur arriveren om te onderzoeken wat de samenstelling is van de troep waarmee dit waardevolle element uit ons oude cultuurlandschap werd uitgevlakt.

Nico Attema